Schrijven, groep 6-8
In de bovenbouw maken kinderen op taalgebied een grote ontwikkeling door. Ze herkennen de kenmerken van verschillende tekstsoorten, hun woordenschat breidt zich sterk uit en ze krijgen meer inzicht in de structuur van woorden en zinnen. Van al die verworven kennis maken ze gebruik bij het schrijven van een tekst. Bovendien maken ze vaker gebruik van informatiebronnen en worden ze zich bewust van hun schrijfdoel -en publiek. Ook letten ze steeds beter op een correcte spelling en interpunctie.
Om het schrijven te stimuleren is een stimulerende schrijfomgeving in de klas nodig.
Referentieniveau Schrijven - Algemene beschrijving
1F (minimumniveau eind groep 8)
Kan korte, eenvoudige teksten schrijven over alledaagse onderwerpen of over onderwerpen uit de leefwereld.
Kan korte, eenvoudige teksten schrijven over alledaagse onderwerpen of over onderwerpen uit de leefwereld.
1S/2F (streefniveau eind groep 8)
+ Kan samenhangende teksten schrijven met een eenvoudige lineaire opbouw over uiteenlopende vertrouwde onderwerpen uit de (beroeps)opleiding en van maatschappelijke aard.
+ Kan samenhangende teksten schrijven met een eenvoudige lineaire opbouw over uiteenlopende vertrouwde onderwerpen uit de (beroeps)opleiding en van maatschappelijke aard.
Leerlijnen taal basisonderwijs: Geletterdheid
Groep 6-8 |
Lees- en schrijfmotivatie |
Technisch lezen |
Spelling en interpunctie |
Begrijpend lezen |
Strategisch schrijven |
Informatieverwerving |
Leeswoordenschat |
Reflectie op geschreven taal |