Boekoriëntatie
Referentieniveau Lezen: Zakelijke teksten - Algemene beschrijving en tekstkenmerken
Kan eenvoudige teksten (informatief, betogend, reclame, verhalend) lezen over alledaagse onderwerpen en over onderwerpen die aansluiten bij de leefwereld.
+ minder eenvoudige teksten, ook onderwerpen die verder van de leerling afstaan.
Leerlijn Boekoriëntatie
Leren omgaan met boeken en vertrouwd raken met de opbouw van teksten in groep 1 tot en met 3 is de basis voor het strategisch leren aanpakken van teksten in hogere groepen. In de onderbouw ontwikkelt de oriëntatie op boeken en teksten zich vooral in voorleessituaties en in interactie met de leerkracht. Door voorlezen en vertellen raken kinderen vertrouwd met verhalen, boeken en de taal die erin wordt gebruikt. Bovendien ervaren kinderen dat ze zelf een boek kunnen kiezen en kunnen voorspellen waar een boek over gaat.
Tussendoelen Boekoriëntatie
De leerlingen:
- begrijpen dat illustraties en tekst samen een verhaal vertellen
- weten dat boeken worden gelezen van voor naar achter, bladzijden van boven naar beneden en regels van links naar rechts
- weten dat verhalen een opbouw hebben
- kunnen aan de hand van de omslag van het boek de inhoud van het boek al enigszins voorspellen
- weten dat je vragen over een boek kunt stellen. Deze vragen helpen je om goed naar het verhaal te luisteren en te letten op de illustraties
- Volledige tekst Leerlijn en tussendoelen (pdf, 202 Kb)
Boekoriëntatie stimuleren in de praktijk
Introductie informatief prentenboek
Sluit bij de introductie van een informatief prentenboek aan bij eerdere leeservaringen. Wat kunnen kinderen al vertellen over de inhoud van het boek? Laat kinderen vrij reageren op de kaft en op enkele pagina’s in het boek. Moedig kinderen aan voorspellingen te maken: Wat zouden we van dit boek kunnen leren? Noem ook de titel, de auteur en illustrator en wijs op het boek aan waar dit staat vermeld.
Luistervraag
Stel een luistervraag voorafgaand aan het voorlezen van een (informatief) prentenboek. Met een luistervraag richt je de aandacht van de leerlingen nadrukkelijk op de inhoud van het boek. Een voorbeeld van een luistervraag is: Wat gebeurt er met de post nadat je het in de brievenbus gooit? Kom na het lezen terug op de vraag, bespreek de antwoorden en schrijf ze op.